Marinus (Rinus) van der Lubbe (Leiden, 13 januari 1909 – Leipzig 1933)

0
963

Van der Lubbe bracht zijn vroege jeugd door in ‘s-Hertogenbosch. Zijn vader was handelaar. Toen Marinus twaalf jaar was, stierf zijn moeder. Hij ging vervolgens bij het gezin van zijn zus wonen, in Oegstgeest. Hij heeft gewerkt als metselaar. Bij een ongeval op de bouw kreeg hij kalk in zijn ogen. Operaties om zijn sterk verslechterde zichtsvermogen te herstellen, mislukken. Hij kreeg een uitkering van fl. 7,44 per maand. Hij verhuisde naar Leiden, waar hij in krakkemikkige woningen leefde.
Mensen die hem kenden omschreven hem als een wat schuchtere, aardige jongen. Een goedzak en een wereldverbeteraar, maar impulsief. Meisjes had hij niet. Tweemaal moest hij de gevangenis in. Eenmaal voor het demonstreren op straat en verzetten tegen de politie. En de tweede maal voor het ingooien van de ruiten van het Maatschappelijk Hulpbetoon.

Hij wilde meer geld om van rond te komen. Hij had communistische en anarchistische ideeën, en was lid van de CJB Communistische Jeugd Bond. In 1931 wilde hij naar de Sovjet-Unie, om te kijken hoe de arbeiders daar leefden. Hij kwam niet verder dan Polen. Vrij plotseling vertrok hij in februari 1933 naar Duitsland, inmiddels 75% blind. Een paar dagen later stond in de krant dat hij brand had gesticht in de Rijksdag. Hij stierf door onthoofding op 10 januari 1934. Toen hij begraven werd, is zijn hoofd aan zijn romp genaaid.

Brandstichting

Van der Lubbe is bekend geworden als de brandstichter van het Duitse Rijksdaggebouw (der Reichstag) in Berlijn op 27 februari 1933. Dit was ongeveer een maand nadat Adolf Hitler op 30 januari 1933 rijkskanselier van Duitsland was geworden.

Van der Lubbes daad, die was ingegeven door de verontwaardiging die hij voelde over het onrecht dat de pas aangetreden nazi’s pleegden, kwam voort uit een impulsieve opwelling.

Hij stond met vier andere communisten terecht: de fractievoorzitter van de Duitse communisten (de KPD) Ernst Torgler en drie Bulgaren waaronder Georgi Dimitrov. De nazi’s wilden er een propaganda-show van maken maar deze vier communisten en met name Dimitrov wisten zich met zoveel verve te verdedigen dat ze werden vrijgesproken. Van der Lubbe werd als enige schuldig bevonden en veroordeeld tot de doodstraf. Op 10 januari 1934 werd hij onthoofd in Leipzig en anoniem op het Südfriedhof begraven. Daar staat nu sinds 13 januari 1999 een gedenkteken.

Gevolgen van de brandstichting

Voor de pas aan de macht gekomen nazi’s kwam de brand kennelijk zeer goed van pas. Ze gebruikten het als aanleiding om met diverse politieke tegenstanders, waaronder vooral veel communisten, hardhandig af te rekenen. Al in de nacht van de brand werd het hoofdkantoor van de KPD doorzocht en duizenden partijleden gearresteerd. De nazi’s waren overigens wel behoorlijk geschrokken van het proces tegen de Bulgaren en waren vastbesloten een dergelijk fiasco niet meer te laten plaatsvinden (hoewel de vrijspraken snel werden vergeten). Naar aanleiding hiervan werd de rechterlijke macht grondig gezuiverd. Volgens Sebastian Haffner was deze brand het sein tot de aanvang van Hitlers staatsterreur. De grondwet werd buiten werking gesteld en fundamentele rechten werden afgeschaft, waardoor politieke tegenstanders willekeurig konden worden gearresteerd. In maart 1933 opende Reichsführer-SS Heinrich Himmler de poorten van het concentratiekamp Dachau.

bron http://www.mei1940.org